De Wet van 30 juni 1994 betreffende de gedwongen mede-eigendom
van onroerende goederen (momenteel artikel 577 van het Burgerlijk
Wetboek) bepaalt dat wanneer de syndicus niet wordt aangeduid
bij het reglement van mede-eigendom, hij benoemd wordt door de
eerste algemene vergadering of, bij ontstentenis, bij beslissing
van de vrederechter op verzoek van een mede-eigenaar.
Naast de hem verleende bevoegdheden krachtens het reglement van
mede-eigendom, is de syndicus in ieder geval belast met het samenroepen
van de algemene vergaderingen, de uitvoering van de genomen beslissingen,
de te nemen maatregelen ter bewaring en de voorlopige beheersdaden,
het beheer van de fondsen van de vereniging van mede-eigenaars,
het opstellen van een overzicht van de schulden en de uitgaven
van bewaring, herstel en vernieuwing. De syndicus is als enige
aansprakelijk voor zijn beheer en kan zijn bevoegdheden niet overdragen
zonder het akkoord van de algemene vergadering.
Een boekhouder BIB is door zijn opleiding, hoofdactiviteit en
dagelijkse ervaring goed geplaatst om het ambt van syndicus uit
te oefenen.