De erkende boekhouders, de stagiair-boekhouders, de erkende
boekhouders-fiscalisten of de stagiair boekhouders-fiscalisten
worden algemeen beschouwd als de naaste raadgevers van
de ondernemingen.
De wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale
beroepen heeft vier werkzaamheden inzake boekhouding en fiscaliteit
aan de boekhouders toevertrouwd. Deze wet vervangt het koninklijk
besluit van 19 mei 1992.
Artikel 49 van de wet bepaalt dat diegene die de beroepswerkzaamheid
van boekhouder uitoefent, diegene is die zich gewoonlijk, als
zelfstandige en voor rekening van derden, bezighoudt met:
1. de organisatie van boekhoudingdiensten en raadgeving
daaromtrent;
2. het openen, het houden, het centraliseren en het sluiten van
boekingen, geschikt voor het opmaken van de rekeningen;
3. het bepalen van de resultaten en het opmaken van de
jaarrekening in de door de wet bepaalde vorm;
4. de in artikel 38 van de wet bedoelde werkzaamheden, nl. advies
verstrekken in alle belastingaangelegenheden; belastingplichtigen
bijstaan bij de nakoming van hun fiscale verplichtingen; belastingplichtigen
vertegenwoordigen.