Artikel 49 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige
en fiscale beroepen heeft aan de boekhouder vier werkzaamheden
inzake boekhouding en fiscaliteit toevertrouwd.
Inzake fiscaliteit kan de boekhouder aldus advies verstrekken
in alle belastingsaangelegenheden, de belastingplichtigen bijstaan
bij de nakoming van hun fiscale verplichtingen en belastingplichtigen
vertegenwoordigen.
Hij helpt de belastingplichtigen - ondernemingen of privé-personen
- bij het vervullen van hun fiscale verplichtingen en in het bijzonder
bij het opmaken van hun jaarlijkse aangifte. Hij kan hen, mits
mandaat, vertegenwoordigen bij de fiscale overheid, met deze laatste
in discussie treden en de noodzakelijke onderhandelingen voeren.
Hij begeleidt de ondernemingen om hun talloze B.T.W. problemen
op te lossen. Deze belasting overstijgt letterlijk hun dagelijkse
werkzaamheden: ontvangen facturen, op te maken facturen, toe te
passen tarieven, afwijkingen, ...
Hij helpt vanzelfsprekend bij het invullen van de B.T.W.-aangiften.
Het nieuwe formulier van de periodieke aangifte, dat vanaf 1 januari
1999 gebruikt wordt, omvat overigens een vak bestemd voor de vermelding
van het B.T.W.-identificatienummer van de tussenkomende boekhouder.
Dit betekent een bijkomende officiële erkenning van zijn
rol.