HET BEROEPSGEHEIM EN DE DISCRETIEPLICHT
==========================================

Terug naar de startpagina

Onverminderd de voor de boekhouder B.I.B.F. door de wet opgelegde verplichtingen het beroepsgeheim te bewaren conform artikel 458 van het Strafwetboek, is hij tevens gehouden tot naleving van een beroepsdiscretieplicht.

Deze discretieplicht omvat de geheimhouding van gegevens die hem uitdrukkelijk of stilzwijgend in zijn hoedanigheid van boekhouder werden toevertrouwd en van feiten met een vertrouwelijk karakter, die hij in de uitoefening van zijn beroep heeft vastgesteld.

Er kan de boekhouder BIB evenwel geen inbreuk op de tuchtvoorschriften inzake de discretieplicht ten laste worden gelegd :

1. wanneer hij geroepen wordt om in rechte getuigenis af te leggen;
2. wanneer de wettelijke bepalingen hem tot mededeling van volledige of gedeeltelijke inlichtingen verplichten;
3. in de uitoefening van zijn persoonlijke verdediging in rechterlijke of tuchtaangelegen-heden;
4. wanneer de toepassing van de deontologische regels het vereist;
5. wanneer en in de mate waarin hij, betreffende aangelegenheden die zijn opdrachtgever persoonlijk aanbelangen, door deze
    laatste uitdrukkelijk van zijn discretieplicht ontslagen werd.

+++++++++++++++

Terug naar de startpagina